Wat wil je insturen?

Al partner? Log in op de partneromgeving. De redactie controleert alles voordat het verschijnt.

Kennisbank

Begrippenlijst

Alle begrippen uit commercieel vastgoed, van A tot Z.

B

BAR (Bruto aanvangsrendement)
De jaarlijkse bruto huuropbrengst van een gebouw als percentage van de koopprijs, zonder de kosten voor de koper.
BREEAM (Building Research Establishment Environmental Assessment Method)
Een internationale methode om de duurzaamheid van gebouwen te meten en te certificeren.

C

Cap rate (Kapitalisatievoet)
Het netto operationeel resultaat van een gebouw gedeeld door de waarde. De internationale tegenhanger van het netto aanvangsrendement.

D

Debt fund
Een fonds dat leningen verstrekt voor vastgoed, als alternatief voor of aanvulling op een bank.

E

Effectieve huur
De huur die een huurder echt betaalt, na aftrek van voordelen zoals huurvrije maanden en bijdragen in de inrichting.
Energielabel C kantoren
De verplichting dat kantoorgebouwen in Nederland sinds 1 januari 2023 minimaal energielabel C hebben.
ESG (Environmental, Social and Governance)
De drie pijlers waarop beleggers de duurzaamheid en maatschappelijke impact van een belegging beoordelen: milieu, sociaal en bestuur.

F

Frictieleegstand
De leegstand die nodig is om een markt goed te laten werken, zodat bedrijven kunnen verhuizen en groeien.

I

ICR (Interest coverage ratio)
De netto huurinkomsten gedeeld door de rentelasten. Laat zien hoe makkelijk een belegger de rente kan betalen.
IT-Label
De onafhankelijke standaard die inzicht geeft in de digitale kwaliteit, prestaties en het IT-opleverniveau van commercieel vastgoed, in zes niveaus van IT1+ tot IT5.
IT-opleverniveau
Het niveau van digitale voorzieningen waarmee een gebouw wordt opgeleverd, zoals glasvezel, mobiele dekking, netwerken en een gebouwbeheersysteem.

K

Kosten koper
De bijkomende kosten van een aankoop die voor rekening van de koper komen, zoals overdrachtsbelasting, notaris en Kadaster.

L

LTV (Loan to value)
De hoogte van een lening als percentage van de waarde van het vastgoed.

N

NAR (Netto aanvangsrendement)
De jaarlijkse huur min de kosten van het gebouw, als percentage van de koopprijs inclusief alle aankoopkosten.
Netcongestie
De situatie waarin het elektriciteitsnet in een gebied vol zit, zodat nieuwe of zwaardere aansluitingen niet direct mogelijk zijn.

O

Opname
Het aantal vierkante meters dat gebruikers in een periode huren of kopen om zelf te gebruiken.

P

Prime yield
Het rendement dat beleggers accepteren voor het beste vastgoed op de beste locaties in een segment.
PropTech (Property technology)
Technologie en software die het ontwikkelen, beheren, verhuren of beleggen in vastgoed makkelijker, slimmer of goedkoper maken.

S

Sale-and-leaseback
Een eigenaar-gebruiker verkoopt zijn gebouw aan een belegger en huurt het meteen terug, meestal met een lang huurcontract.
Smart building
Een gebouw dat met sensoren, data en automatisering zelf zijn installaties regelt en inzicht geeft in gebruik en verbruik.

T

Transformatie
Het ombouwen van een gebouw naar een andere functie, bijvoorbeeld van kantoor naar hotel, zorg of woningen.
Triple net lease
Een huurcontract waarbij de huurder naast de huur ook de belastingen, de verzekering en het onderhoud van het gebouw betaalt.

W

WALT (Weighted average lease term)
De gemiddelde resterende looptijd van de huurcontracten in een gebouw of portefeuille, gewogen naar de huur.